De Taalgroep

Een veilige plek om te landen

Als je het lokaal van de Taalgroep bij Kindcentrum Don Sarto binnenstapt, zie je meteen dat dit geen reguliere klas is. Kinderen van zes tot twaalf jaar werken door elkaar heen: een jongen die net is ingestroomd en nog nooit in een schoolbank heeft gezeten, een meisje dat al kan rekenen op groep 8-niveau maar nog weinig Nederlands spreekt en een paar kinderen die na maanden oefenen hun eerste hele zinnen durven uit te spreken.
Van taalschool naar taalgroep

Directeur Nikkie vertelt hoe het ooit begon:
“Lang geleden noemden we deze groep een taalschool. Dat gaf alleen het gevoel dat deze kinderen apart stonden van de rest. Alsof het een andere school was binnen onze school. Dat botste. Er waren spanningen, kinderen voelden zich buitengesloten. Totdat we zagen dat het anders moest. Geen taalschool, maar een taalgroep. Apart waar het moet, samen waar het kan.”

Sindsdien is integratie de kern. De kinderen gymmen en spelen mee met hun leeftijdsgenoten, doen mee aan activiteiten en sluiten aan bij reguliere lessen als dat kan. “Onze school is een mini-samenleving,” zegt Nikkie. “En daarin horen alle kinderen zich prettig, veilig en gezien te voelen.”

Eerst vertrouwen inwinnen, dan leren

Leerkracht Bo staat inmiddels haar derde jaar voor de Taalgroep. Ze begon ooit als pedagogisch medewerker, werd onderwijsassistent, doet de PABO en is nu bijna afgestudeerd als leerkracht. Ze ervaart elke dag dat de lessen pas waarde krijgen als een kind zich veilig voelt. “Elk kind in de Taalgroep heeft iets ingrijpends meegemaakt, dat kan leiden tot een trauma,” zegt Bo. “Soms groot, soms klein, maar altijd van invloed. Je kunt niet meteen vol op het leren gaan zitten. Eerst moet er vertrouwen zijn, veiligheid. De eerste maanden laten we kinderen landen. Pas als ze zich veilig voelen, kunnen ze zich openstellen om een nieuwe taal te leren.”

taalgroep
taalgroep
Spelenderwijs

Dat leren betekent veel praten, veel spel en veel geduld. Het lokaal hangt vol met kaartjes en thema-woorden. Er wordt bingo gespeeld, Dobble, galgje: alles draait om taal. “Kinderen zijn een spons,” vertelt Bo. “Ze pikken het razendsnel op, vooral als ze van elkaar leren. Beginners en gevorderden zitten door elkaar, dat werkt juist heel goed.” Gemiddeld blijven kinderen anderhalf tot twee jaar in de Taalgroep. Daarna stromen ze uit naar een reguliere klas of een andere passende plek binnen het onderwijs. Met genoeg taalvaardigheid en zelfvertrouwen om mee te draaien.

Een plek in de samenleving

De kracht van de Taalgroep zit niet in de lessen, maar juist in de integratie. Als er een schoolreisje is, gaan de kinderen gewoon mee. “We zijn één,” zegt Bo. “Geen onderscheid.” Daarmee krijgt ieder kind niet alleen les in taal, maar ook een plek in de samenleving. “Als een kind zegt: ik wil graag voetballen, dan regelen we dat,” vertelt Bo. “Want juist dáár maak je vriendjes en voel je dat je erbij hoort.”

taalgroep
taalgroep
Wat het betekent

Het aantal kinderen in de Taalgroep wisselt sterk en hangt af van de huisvesting van gezinnen. Pas wanneer gezinnen een vaste woning krijgen, kunnen kinderen worden geplaatst. “Soms begint het schooljaar rustig met maar een paar leerlingen, en een paar weken later komen er ineens vijf tegelijk bij. De Taalgroep is dus altijd afhankelijk van waar gezinnen terechtkomen en hoeveel plekken er beschikbaar zijn.” Mensen zeggen weleens: jij hebt momenteel maar zeven kinderen in de klas, wat luxe. Maar ik denk dan: er is plek voor twintig kinderen in de Taalgroep, ik wil die andere dertien óók helpen. Voor Bo is dit werk meer dan lesgeven. “Ik zie kinderen groeien. Ze geven zoveel liefde en dankbaarheid terug. Elk kind is anders en elk kind verdient dat ik me afvraag: wat kan ik doen om jou verder te helpen?” 

Structuur

De impact gaat verder dan schoolprestaties. Nikkie: “We leggen hier de basis: veiligheid, structuur, voorspelbaarheid en empathie. Want als ouders soms door trauma zelf geen ruimte hebben om structuur te bieden, is het extra belangrijk dat wij dat hier wel doen. Het vormt niet alleen hun schoolloopbaan, maar hun hele zijn. Dat wij daar een rol in mogen spelen, dat maakt ons megatrots.”